Nieuwsbrief maart 2012


Maître, musique!
cherubinics.jpg
Als orkest zijn wij gezegend met een uiterst creatieve projectcommissie die elk voorjaar weer met goede plannen komt. Onder grote instemming van de leden hebben zij deze keer hun oog laten vallen op het thema meester en leerling dat onder de titel Maître, musique! dit voorjaar uitgevoerd gaat worden. Door de eeuwen heen zijn componisten elkaars leerling en meester geweest en al die onderlinge verbanden hebben in de klassieke muziek geleid tot werderzijdse beïnvloeding, actie en reactie en daarmee tot nieuwe ontwikkelingen. Voor dit project richten we ons op Frankrijk. Eind 18e eeuw begint daar de lijn van componisten die we gaan volgen met Luigi Cherubini aan de start. Deze Italiaan vertrekt als jonge man naar Parijs en is daar tot zijn dood werkzaam als dirigent, componist en muziekpedagoog. In 1795 neemt hij het initiatief voor de oprichting van het Parijse conservatorium en wordt daar, het instituut bestaat dan al bijna 25 jaar, ook directeur. Via Cherubini loopt onze lijn door naar Boïeldieu, Gounod, Massenet en Bizet. Tegen die tijd zijn we al een heel eind op weg in de 19e eeuw.

Zoals altijd bij onze projecten blijft het niet bij muziek alleen. Luisteren naar stukken van componisen die onderling verbonden zijn is één ding, er meer over verteld krijgen maakt die onderlinge lyceum.jpgrelaties veel interessanter en inzichtelijker. Daarom hebben we voor dit project contact gezocht met, hoe kan het ook anders, leerlingen. En wel die van het Grafisch Lyceum in Utrecht, een MBO opleiding waar jongeren een opleiding kunnen volgen tot mediavormgever met als specialisatie animatie en audiovisuele vormgeving.

Zij maken voor ons, ter illustratie van het muzikale programma, animaties die geinspireerd zijn op het leven en werk van bovenstaande componisten. Er is aandacht voor de tijdgeest en voor de onderlige overeenkomsten en verschillen, maar ook een fijne anecdote zal hier en daar zeker niet ontbreken. Wij verheugen ons erg op deze, misschien niet zo voor de hand liggende samenwerking. In de volgende Nieuwsbrieven houden we u op de hoogte van de vorderingen.

Repertoire
Luigi Cherubini - Ouverture Lodoïska (1791)
François Adrien Boïeldieu - Ouverture Le calif de Bagdad (1800)
Charles Gounod - Symfonie nr. 1 (1855)
Jules Massenet - Scènes pittoresques, suite nr 4 (1874)
Georges Bizet - Jeux d'enfants, Petite suite d'orchestre (1871)

Concert zaterdagavond 16 juni 2012

Dirigent: Haiko Boonstra

Openbaar concert Wilhelminakerk 28 januari 2012 orkest20120128-07cs.jpg
Ons openbare concert ligt alweer ruim een maand achter ons en dat betekent dat het de hoogste tijd is voor een korte terugblik. We hebben foto's voor u en een van onze nieuwe leden, Marjan de Neeve, doet verslag. We kijken met plezier terug op een spetterend concert in een volle kerk. Gezien de reacties op het publieksonderzoek dat onze concertmeester nog op het laatste moment uit haar mouw schudde, was het ook voor het publiek een geslaagde avond. Tussen de foto's leest u citaten van bezoekers.

orkest20120128-04cs.jpg orkest20120128-03cs.jpg
Het concert van 28 januari was mijn eerste, echte, concert met het Ad Hoc Orkest. Na 8 jaar spelen in het Orkest van het Groene Hart in Woerden was ik op zoek naar een nieuw orkest.  Ik heb afwisselend bij twee orkesten in Utrecht meegerepeteerd en vond ze allebij van goed niveau. Maar niveau alleen is voor mij niet bepalend, sfeer is ook belangrijk. En de goede sfeer in het Ad Hoc heeft de doorslag gegeven.

Dat dat een goede keuze was bleek de 28ste. Er stonden mooie, maar ook pittige stukken op het programma, vooral aan de 8e van Dvorák hebben we bij de repetities hard getrokken. Maar ook de ouverture van Mozart was pittig, vooral door het hoge tempo. Als tegenhanger waren Liadov en Borodin erg fijn om je muzikaal in uit te leven. Maar hoe moeilijk of makkelijk de stukken ook waren, het ging die zaterdag  als een speer, en hoewel ik echt niet alle nootjes had, heb ik toch lekker gespeeld. Dat kwam ook doordat de andere 1e violen zo goed spelen.
En wat een volle kerk! Ik hoorde later dat er zo’n 180 bezoekers waren. Mijn (muzikale) netwerk kwam luisteren en reageerde erg enthousiast: ‘wat een mooi concert, wat een goed orkest, en wat sprankelt het! En wat een talentvolle spreekster is jullie concertmeester’. Tineke opende namelijk het concert met een humoristische toespraak waarin ze een publieksenquête over het concert introduceerde, die tevens een verkapte manier was om nieuwe vrienden te werven. En zowaar, dat werkte.  Marjan de Neeve  1e viool
orkest20120128-08cs.jpg
- Wat 'n moed! Zeer genoten.

- De 8e symfonie hebben jullie heel mooi gespeeld. De klapper van de avond.

- Vond de liederen van Liadov verrassend. Kende de muziek niet. Dvorák was echt super.

- Ga zo door! Soms nog wat puntjes op de i.

- Leuk, die Russische korte volksliederen.

- Goed orkest! Leuke kerk. Ik ga ernstig nadenken om mee te doen.
orkest20120128-05cs.jpg
- Prachtige muziek, mooi en zuiver gespeeld!

- Het was genieten!

- Heel afwisselend programma, heel mooi!

- Fijne nuancering en goede afwerking.

- Mozart is mijn favoriet!

- Fijne avond en mooie muziek.

- Het moet goed geweest zijn, want ik had tranen in mijn ogen bij de klaagzang
orkest20120128-01cs.jpg orkest20120128-02cs.jpg

Repertoire voorjaar 2012

Francois-Adrien  Boïeldieu (1775 – 1834) - Le Calife de Bagdad (1800)
Boïeldieu heeft als kind al een grote voorliefde voor de opera, en dan vooral boieldieucs.jpgvoor de opéra comique die op dat moment in Rouen, waar hij opgroeit, enorm pupulair is. Via zijn vader, de secretaris van de Aartsbisschop van Rouen, wordt geregeld dat hij van de muzikale leiders van de Kathedraal Notre-Dame van Rouen zijn eerste muzieklessen krijgt. Op zijn achttiende schrijft hij zijn eerste opéra comique, La fille coupable, en er volgen er nog vele.  Boïeldieu vertrekt naar Parijs en komt in 1796 in de leer bij Luigi Cherubini. In 1800 schrijft hij Le Calife de Bagdad die een doorslaand succes wordt. In deze opera is de kalif van Bagdad ontevreden over de veiligheid in zijn stad. Hij gaat 's nachts, vermomd en onder de schuilnaam Il Bondocani de straten op om rovers, moordenaars en ander gespuis een lesje te leren. Overal is zijn naam gevreesd. Bij één van zijn acties redt Il Bondocani het mooie jonge meisje Zétulbé het leven. Zij wordt op slag verliefd op haar redder en hij op haar. Maar hoe moet dat nu, want Il Bondocani wil zijn ware identiteit niet prijsgeven… Er ontspint zich een web van liefdesperikelen en intriges waarvoor natuurlijk eind goed al goed geldt.

Dit typische voorbeeld van komische opera, te vergelijken met het huidige theater van de lach, heeft weinig moraal in het verhaal. Er zijn wel bronnen die beweren dat de opera een satirische verwijzing is naar de acties van de pas nieuw aangestelde Minister van Justitie, die grote ambities had om een soort almachtige veiligheidsdienst op te zetten in Frankrijk. Het orientaalse kalif.jpgtintje was in die tijd nogal in de mode. Boïeldieu is vrijwel zeker geïnspireerd door Mozarts Die Entführung aus dem Serail die een paar jaar eerder in Parijs op de planken stond. Le Calife de Bagdad was een ongekend succes en werd tot in de jaren 70 van de 19e eeuw in de Parijse theaters uitgevoerd. Het is het soort opera waar het Franse publiek om blééf vragen omdat het zoveel leuke, humoristische, pikante situaties en dialogen bevatte. Licht verteerbaar, gemakkelijk te volgen, vrolijke melodietjes, hapklare brokken, een onbezorgd avondje uit.

Dat dit soort muziek zo lang stand hield in de theaters was een doorn in het oog van latere componisten als Bizet en Massenet. Bizet schreef ooit dat Boïeldieu voor hem niet meer bestond en hij was befaamd om zijn parodieën op de piano van opera's van Boïeldieu en zijn tijdgenoten, waarin hij de oppervlakkigheid, de tierelantijnen en de burgerlijkheid van die muziek op de hak nam.

Foto's Joost Helberg
Met bijdragen van Tineke Zijlstra (Boïeldieu) en Marjan de Neeve (concert 28 januari 2012)

 


 
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •